| |
Wat is ….. advent/ adveant ?
Advent betekent: komst.
Zo heten de eerste vier weken van het kerkelijk jaar in de christelijke kerken, voorafgaand aan het kerstfeest (kerstmis). De kerk verwacht in deze weken de komst van Jezus, zoals aangekondigd door de profeten in de Tenach (= Oude Testament). Het is een tijd van inkeer en boete. In de katholieke kerk is paars de liturgische kleur. Het gebruik om een adventskrans op te hangen, waarop elke zondag steeds één kaars meer wordt ontstoken, is van oorsprong Duits-protestants. Het is later door katholieken overgenomen.
Adveant
Heer, wiej verwocht in dizze dage,
met hert’ en zeel Ow leeflijk lecht.
Wiej majt nich oawer ’t doonker klagen,
now keump wat oons is tooe-e-zegd!
Wiej zeet de nacht in dag veraander’n,
wat treust keump now ons hert’temeut,
doarum verwocht wiej ginnen aander’n:
Hee is’t den tekens sprekken leut!
Hee, den oons veurdeu hoo te leaven,
nen Könning zoonder macht en pracht,
nen man den bleenden ’t lecht kon geaven
en klaank an dove oren bracht.
Wat lam en stram was leut Hee waandel’n,
an aarmen was Hee too-e wiejd,
wiej leaft van Ziene weur’en haandel’n,
zo hef Hee oons tehoop verbliejd. |
|
| |
Schepping
Bij Schepping gaat het om de werkelijkheid, zoals die gemaakt is door God en door Hem in stand wordt gehouden. De bekendste verhalen over de schepping vinden we in de eerste twee hoofdstukken van de bijbel: Genesis 1: 1 – 2: 3 en Genesis 2: 4 – 25. Alleen al uit het feit dat er twee scheppingsverhalen zijn blijkt wel dat ze niet bedoeld zijn, als een historische of natuurwetenschappelijke beschrijving van het ontstaan van de wereld.
Gods ja-woord.
In wezen ligt de kern van de bijbelse scheppingsverhalen in de ervaring van verwondering, verwondering over het simpele maar verbazingwekkende feit dat ik besta, dat de wereld om me heen bestaat, dat andere mensen bestaan. We hadden er even goed niet kunnen zijn, het is niet vanzelfsprekend dat we er zijn.
In de antieke filosofie en ook in de godsdiensten van de Oudheid geloofde men, dat mens en wereld noodzakelijk bestaan op grond van het noodlot, dat alles bepaalt. Maar als we de wereld zien als schepping van God, dan geloven wij dat wij bestaan dankzij Gods vrije keuze. Hij heeft gewild dat wij er zijn en hij wil dat nog steeds.
God had ook anders kunnen willen en kiezen en dan waren wij er niet geweest. Vanuit dat besef is het een verrassend wonder dat de wereld er is en dat wij er zijn. We hadden er ook niet kunnen zijn, maar dankzij God zijn wij er; ons bestaan is gewild en bedoeld door Hem; het is ons van harte gegund.
Het leven een geschenk van God.
Als iemand ons verrast met een cadeau dan is het pas een echt cadeau als hij het geeft vanuit eigen vrije keuze. Zo is het ook met ons leven: vanuit het geloof mogen wij ons leven zien als ten diepste gewild door God, vanuit de vrije keuze van zijn liefde. Deze grondgedachte heeft alles te maken grondvertrouwen. Grondvertrouwen is het basisbesef, dat het goed is dat ik leef, dat ik welkom ben in de wereld. Precies dat is ook de kern van het begrip Schepping. Het betekent, dat wij bestaan dankzij Gods vrije keuze.
Op grond van het scheppingsverhaal kijken wij ook zo naar de wereld.
God heeft de wereld niet ooit in een keer geschapen – ten tijde van de oerknal, - om zich vervolgens nergens meer mee te bemoeien, omdat de kosmos verder wel op zichzelf kon bestaan. Nee, hoeveel natuurwetten onze werkelijkheid een zelfstandig karakter geven, alles wat bestaat blijft in laatste instantie afhankelijk van Gods wil. Als hij zijn dragende hand er onder weg zou trekken, zou het niet meer bestaan.
Schepping en doop
Het eerste woord van ons geloof is het ja-woord van de Schepper over ons leven. Dat is het eerste woord over ons leven, dat Hij nooit meer intrekt, waaraan hij altijd trouw blijft, het ja-woord waaraan wij ons bestaan te danken hebben en waarop we altijd mogen terugvallen. Schepping betekent dat God tegen ieder mens en tegen de mensheid zegt: “Ja, het is goed dat jij er bent.” Wat er verder ook gebeurt, dat eerste ja-woord is en blijft de kern van het evangelie en wordt telkens weer herhaald; in de kerk bijvoorbeeld, wanneer mensen gedoopt of gezegend worden. Iemand dopen betekent eigenlijk niets anders, dan het herhalen van het eerste woord van de Schepper opnieuw uitspreken namens Hem: ‘Ja, het is goed, dat jij er bent.”
(uit: Henri Veldhuis. Kijk op geloof. Christelijk geloof uitgelegd, blz 40vlg. .)
|
|